Aandachtspunten CFV Toezichtbrief 2013

 In Control & Compliance

Toezicht door CFV verandert

De beoordelingsmethodiek van het CFV heeft de afgelopen jaren een ontwikkeling doorgemaakt. Waar voorheen het verloop van de solvabiliteit op korte en lange termijn de belangrijkste oordeelcriteria waren, kijkt het CFV inmiddels naar zes toezichtterreinen. De Toezichtbrief 2013 beschrijft het oordeel van het CFV op basis van de verschillende toezichtterreinen voor uw corporatie.

Beoordeling op basis van zes toezichtterreinen

Naar alle waarschijnlijkheid heeft u de toezichtbrief 2013 reeds ontvangen of ontvangt u deze op korte termijn. Hierin beoordeelt het CFV uw corporatie over de periode 2012-2017 op basis van de dVi 2012 (de verantwoordingsinformatie 2012) en dPi 2012 (de prognose informatie 2013-2017).

Volgens het CFV zijn er zes toezichtterreinen die van invloed kunnen zijn op de financiële continuïteit van uw corporatie. Naast de kwantitatieve beoordeling op basis van de ontwikkeling van het volkshuisvestelijk vermogen, beoordeelt het CFV uw corporatie tevens kwalitatief. Met kwalitatief moet u denken aan de betrouwbaarheid van uw aangeleverde gegevens (dVi en dPi) en de realisatie-indexen.

Daarnaast is het kwantitatieve toezicht uitgebreid met toetsing van de liquiditeitspositie. Hierbij moet u denken aan criteria als de rentedekkingsgraad (ICR) en Loan-to-value (LTV).

Toezichtterreinen

1) Kwaliteit financiële informatie
2) Behoud maatschappelijk geboden vermogen
3) Financieel risicobeheer
4) Liquiditeit
5) Solvabiliteit
6) Draagkracht vermogen in relatie tot activiteiten

Waarom heb ik een positief/negatief oordeel?

Binnen de bovenstaande zes toezichtterreinen bevinden zich meerdere criteria. Indien een criterium een grenswaarde overschrijdt ‘slaat’ een signaal aan. Het oordeel van uw corporatie is afhankelijk van het aantal criteria (signalen) dat ‘aanslaan’. Niet het totaal aantal signalen zorgt voor een negatief oordeel, maar de aard van de signalen en de onderlinge correlatie tussen de signalen.

Gezien de (kwalitatieve) aard van sommige criteria, kan er onduidelijkheid zijn over de signalering. Indien het volkshuisvestelijk vermogen ten opzichte van het balans totaal (op basis van de bedrijfswaarde) in het vijfde prognose jaar lager is dan de ondergrens dan ‘slaat’ een signaal aan. Dit criterium is wat betreft definitie gemakkelijk te begrijpen. Maar bijvoorbeeld voor de beoordeling van de twijfelindex kwaliteit is minder expliciet aan te duiden waar het nog net wel voldoende is en waar het net niet meer voldoende is.

Bijlage bij Toezichtbrief 2013

Ter verduidelijking van een aantal kwalitatieve criteria, heeft het CFV een bijlage toegevoegd aan de Toezichtbrief 2013. Hierin staat ten eerste de ontwikkeling van het volkshuisvestelijk vermogen ten opzichte van het balanstotaal beschreven. Daaronder staat een grafiek die drie criteria bevat; de totale langlopende schuld van uw corporatie, de LTV op basis van de leegwaarde en de DSCR op basis van de opgave door uw corporatie.

Het CFV beoordeelt de nominale schuld per verhuurbare eenheid van uw corporatie. Daarnaast kijkt ze naar de ontwikkeling van de totale leningportefeuille van uw corporatie. Hierbij maakt het CFV een koppeling met het nieuwe WSW beoordelingskader. Hierin stelt het WSW een absolute begrenzing aan omvang van de borgverlening per corporatie. De LTV laat zien welke waarde van het bezit is gefinancierd en geeft inzicht in de mate waarin de leningportefeuille kan worden afgelost. De DSCR op basis van de opgave dient te allen tijde hoger te zijn dan 2%. Hiermee toets het CFV of een corporatie op lange termijn aan haar aflossingsverplichting kan voldoen.

In de opleiding De CFV-beoordeling op 7 november a.s. staan we uitgebreid stil bij de beoordelingsmethodiek en de zes toezichtterreinen. Bent u erbij?

Auteur

Relevante opleidingen

Relevante artikelen

Typ hier uw vraag...

Kansen tijdens de begrotingscyclus voor BTW-tarief bij renovatie23% van corporaties geen positief CFV oordeel ontvangen