De verschillende verdienmodellen voor zonnepanelen toegelicht

 In Verduurzaming van vastgoed

5 verdienmodellenIn Nederland werd in 2017 maar liefst 40% meer energie opgewekt met zonnepanelen dan in het jaar ervoor. Ook corporaties kiezen steeds vaker voor het installeren van zonnepanelen op de daken van hun huurwoningen. Dit zorgt namelijk voor CO2-besparing, een lagere energie index en lagere energielasten voor huurders. Maar kunnen de investeringen in zonnepalen ook worden terug verdiend?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de specifieke casus, maar over het algemeen is dit minimaal voor een deel mogelijk. In de basis zijn er vijf verschillende manieren om zonnepanelen te installeren, de opgewekte stroom te gebruiken en de investering terug te verdienen In dit artikel worden deze vijf manieren toegelicht.

1) Zonnepanelen individueel aansluiten op de meterkast van de woning

De eerste optie betreft het individueel aansluiten van een aantal zonnepanelen op de meterkast van de woning. Hiervoor is een omvormer nodig, die de gelijkstroom omzet in wisselstroom. Dit is momenteel de meest toegepaste variant. De huurder gebruikt de stroom direct of levert deze aan het net.

De aan het net geleverde stroom mag gesaldeerd worden met de stroom dat de huurder uit het net haalt, waardoor voor alle opgewekte stroom de besparing circa € 0,20 per kWh is. De salderingsregeling vervalt echter vanaf 2020. Er wordt momenteel gewerkt aan een vervangende regeling, die naar alle waarschijnlijkheid minder gunstig uitvalt. De corporatie kan een deel van de besparing van de huurder terugverdienen door een huurverhoging of door een separate vergoeding in de servicekosten. Deze vergoeding mag de eerste tien jaar maximaal 10% van de investering bedragen, en daarna 6%. Uiteraard is hiervoor toestemming nodig van de huurder.

2) Zonnepanelen via een stroomverdeler aansluiten op de meterkast van een woning

Het verdienmodel van deze optie is nagenoeg gelijk aan de vorige optie. Het verschil tussen beide opties is dat bij een stroomverdeler niet elk paneel rechtsreeks aan een woning wordt toegewezen maar dat er circa tien tot vijftien woningen op één veld kan worden aangesloten en dat deze woningen één voor één stroom van het veld geleverd krijgen. De stroomverdeler zorgt ervoor dat elke woning over een jaar gezien evenveel stroom toegewezen krijgt. Het voordeel hiervan is dat niet voor elke woning een omvormer aangeschaft hoeft te worden. Dit is met name interessant als het aantal panelen per woning relatief klein is. Dit is vaak het geval bij appartementencomplexen.

3) Zonnepanelen aansluiten op de centrale voorzieningen

Bij appartementencomplexen kan er ook voor worden gekozen om de zonne-energie te gebruiken voor de centrale voorzieningen, zoals de verlichting en liften. Wanneer de centrale voorzieningen kleinverbruik-aansluitingen hebben kunnen ze ook gebruikmaken van de salderingsregeling. De potentie van dit verdienmodel hangt dan af van het verbruik per aansluiting, omdat de belastingtarieven voor verbruik tussen de 10.000 en 50.000 kWh en boven de 50.000kWh fors lager liggen (5 cent en 1 cent per kWh) dan voor verbruik beneden de 10.000 kWh (10 cent per kWh). Wanneer het verbruik per aansluiting dus onder de 10.000 kWh per jaar ligt is de besparing groter dan wanneer deze meer is. Net als bij aansluiten op de individuele meter is het bij deze optie toegestaan om via de servicekosten een deel van de besparing in rekening te brengen.

4) Zonnepanelen onderbrengen in een postcoderoos coöperatie

Een postcoderoos coöperatie bestaat uit leden (huurders) die gezamenlijk investeren in zonnepanelen. De zonnepanelen hoeven niet fysiek verbonden te zijn aan de woningen of het gebouw en leveren stroom rechtstreeks aan het net. Het verdienmodel bestaat deels uit de verkoop van stroom aan een afnemer. Daarnaast mag elk lid van de coöperatie voor zijn aandeel in de opgewekte stroom in de coöperatie de belasting over die hoeveelheid stroom op zijn eigen energierekening aftrekken. Het voordeel van deze optie is dat het eenvoudig schaalbaar is en een oplossing biedt voor woningen met weinig of geen geschikt dakoppervlak.

Deze optie is op dit moment echte nog niet mogelijk zonder investering van de huurder zelf, omdat er nog onduidelijkheid bestaat of de corporatie wel mag investeren in de zonnepanelen van de coöperatie. Volgens de postcoderoosregeling moet het kapitaal voor minstens 80% afkomstig zijn van de huurders. Dit zou betekenen dat de huurders zelf veel kapitaal moeten inbrengen. Er wordt op dit moment gekeken of de Woningwet en de postcoderoosregeling beter op elkaar kan worden aangesloten, maar op dit moment bestaat daar nog geen duidelijkheid over.

5) Zonnepanelen als integraal onderdeel van een Nul-Op-de-Meter woning

Tot slot kunnen zonnepanelen die onderdeel zijn van een NOM-woning worden terugverdiend via de Energie Prestatievergoeding (EPV). De woning moet dan aan strikte eisen ten aanzien van isolatieniveau en duurzame energieopwekking voldoen. De hoogte van de EPV is afhankelijk van het isolatieniveau en bedraagt maximaal € 1,40 per vierkante meter GBO. Bij de EPV maakt de huurder gebruik van de salderingsregeling. Wanneer deze na 2020 wordt aangepast zal dit gevolgen hebben voor de hoogte van de maximale EPV.

Meer leren over de verschillende modellen om de verduurzamingsinvesteringen terug te verdienen?

De training Verdien- en financieringsmodellen voor een CO2-neutrale voorraad geeft u meer inzicht in de verschillende modellen om de verduurzamingsinvesteringen terug te verdienen.

Auteur

  • Joost Huijbregts MRE
    Joost Huijbregts MRE Adviseur woningcorporaties Meer info

Relevante opleidingen

Relevante artikelen

Typ hier uw vraag...

stap 1 verduurzamen vastgoedhoe verder na de routekaart co2-neutraal